Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, gehuwd in Macedonië zonder huwelijkse voorwaarden, leefden aanvankelijk onder Macedonisch recht. Na verhuizing van de vrouw naar Nederland ontstond een Nederlandse gemeenschap van goederen. De vrouw erfde onroerend goed in Macedonië van haar vader. De man vorderde dat deze goederen tot de gemeenschap zouden behoren en verdeeld moesten worden.
De rechtbank wees dit af op grond van redelijkheid en billijkheid, omdat het Macedonische erfrecht geen uitsluitingsclausule kent en de vrouw niet hoefde te verwachten dat de erfenis in een gemeenschap zou vallen. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de vader niet bewust was van de Nederlandse gemeenschap, en dat het onaanvaardbaar is dat de vrouw gedwongen wordt tot verdeling van deze goederen.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank, wijst het hoger beroep van de man af en compenseert de proceskosten. Het oordeel is gebaseerd op het grensoverschrijdende karakter van het huwelijk en de verschillen tussen Macedonisch en Nederlands huwelijksvermogensrecht.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt dat het geërfde onroerend goed buiten de Nederlandse huwelijksgemeenschap valt.