Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Groningen(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
Beslissing ontvankelijkheid
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, enige erfgenaam van de erflater, ontving een aanslag in het recht van successie. De Inspecteur legde een aanslag op met dagtekening 20 april 2010, verzonden naar het domicilieadres van de gemachtigde. Belanghebbende stelde dat de aanslag pas op 25 maart 2011 bekend was gemaakt bij toezending van een duplicaat, waarna tijdig bezwaar werd gemaakt.
De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn en stelde dat de aanslag uiterlijk op 20 april 2010 bekend was gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat de brief van 6 september 2013 van de Inspecteur onmiskenbaar een uitspraak op bezwaar was, waarmee de beroepstermijn op 18 oktober 2013 eindigde.
Het beroepschrift van belanghebbende werd pas op 11 november 2013 ontvangen, ruim na de termijn. Hoewel er aanvankelijk verwarring was over de status van de brief van 6 september 2013, was deze verwarring binnen de beroepstermijn opgeheven. Het hof concludeerde dat belanghebbende in verzuim was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur behoefde geen behandeling.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.