Belanghebbende, die in 1991 aandelen in een nutsbedrijf van drie gemeenten had gekocht, werd vanaf 2005 aangeslagen voor precariobelasting op kabels en leidingen onder gemeentelijke grond. Deze aanslagen werden door de heffingsambtenaar gehandhaafd, maar de rechtbank en het hof vernietigden deze aanslagen vanwege een contractuele afspraak tussen de gemeente Baarn en belanghebbende.
De overeenkomst uit 1991, inclusief een onderhandelaarsakkoord, bevatte een bepaling dat gemeenten geen vergoedingen of belastingen mochten heffen voor het gebruik van openbare grond. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar gebonden is aan deze afspraak en dus geen precariobelasting mag heffen op belanghebbende.
In cassatie stelde het College dat de overeenkomst niet aan de heffingsambtenaar was gesloten en dat de aanslagen dus terecht waren. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de gemeente zich contractueel heeft verbonden en dat de heffingsambtenaar daaraan gehouden is. Het beroep van het College werd ongegrond verklaard en de kosten werden aan het College opgelegd.