Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
24 november 2015
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een in 2011 gebouwde patio-rijwoning en betwist de vastgestelde WOZ-waarde en de bevoegdheid van de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar stelde de waarde voor 2013 vast op €314.000, later verminderd tot €292.000, terwijl de rechtbank de waarde verder verlaagde tot €267.000. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het geschil betrof de vraag of de aangewezen heffingsambtenaar bevoegd was om de WOZ-waarde vast te stellen en of de waarde te hoog was vastgesteld. Het Hof oordeelde dat de ambtenaar die belast is met de heffing van onroerende-zaakbelastingen tevens als WOZ-ambtenaar geldt, en dat de vertegenwoordiger ter zitting rechtsgeldig optrad. De heffingsambtenaar slaagde erin aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat de koopsom van de woning als uitgangspunt geldt tenzij tegenbewijs wordt geleverd.
Belanghebbendes argumenten over een braakliggend bouwterrein en bestemmingsplanwijziging die de waarde zouden drukken, werden verworpen omdat deze omstandigheden zich na de waardepeildatum voordeden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde bevestigd.