Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Staat der Nederlanden,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure stond de ontbinding van een pachtovereenkomst centraal vanwege een aanzienlijke betalingsachterstand van de pachter jegens de Staat der Nederlanden. De pachter betwistte de vordering en voerde meerdere verweren aan, waaronder onrechtmatigheid en een vermeende beëindiging van een deel van de pacht.
Het hof verwierp alle verweren van de pachter. De pachtprijsverhogingen waren rechtsgeldig vastgesteld en de pachter had geen recht op aankoop van het gepachte. Ook was geen geldige opzegging van een deel van de pacht overeengekomen. De betalingsachterstand rechtvaardigde de ontbinding van de overeenkomst.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de pachter tot betaling van de achterstallige pachtpenningen met rente, tot ontruiming van het gepachte uiterlijk 1 juli 2016, en tot betaling van een gebruiksvergoeding over de periode tussen ontbinding en feitelijke ontruiming. Tevens werd de Staat gemandateerd om ontruiming met behulp van de sterke arm te effectueren indien nodig.
De pachter werd bovendien veroordeeld in de proceskosten van zowel het principaal als het incidenteel beroep. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2016.
Uitkomst: De pachtovereenkomst is ontbonden, de pachter veroordeeld tot betaling van achterstallige pacht, ontruiming en gebruiksvergoeding.