Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
4.Beoordeling van het geschil
Vereiste aangifte
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende werd navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 2008 en 2009 wegens het niet aangeven van inkomsten uit de exploitatie van een seksinrichting. De rechtbank had deze aanslagen bevestigd nadat was vastgesteld dat belanghebbende geen vereiste aangifte had gedaan en dat de Inspecteur een redelijke schatting had gemaakt van het belastbaar inkomen.
In hoger beroep betwistte belanghebbende dat hij inkomsten uit prostitutie had genoten en voerde hij aan dat de Inspecteur geen redelijke schatting had gemaakt. Het hof oordeelde dat de verklaringen van getuigen, de bevindingen van politie en sociale recherche, en de advertenties op internet voldoende bewijs leverden dat belanghebbende een seksinrichting exploiteerde en inkomsten had genoten.
De schatting van het inkomen door de Inspecteur werd als redelijk beoordeeld, ondanks dat belanghebbende andere aannames mogelijk achtte. Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Ook de aanslagen heffingsrente werden bevestigd omdat belanghebbende hiertegen geen zelfstandige gronden had aangevoerd.
De proceskosten werden niet aan een van de partijen opgelegd. De uitspraak is gedaan door het hof te Arnhem op 12 april 2016 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navorderingsaanslagen en heffingsrente wegens niet-aangegeven inkomsten uit prostitutie en verklaart het hoger beroep ongegrond.