Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 1 januari 2007 bijstand als alleenstaande. Naar aanleiding van informatie over exploitatie van een seksinrichting op zijn woonadres, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Dit leidde tot intrekking van bijstand over de periode 1 april 2008 tot 30 juni 2009 en terugvordering van kosten, vanwege het niet melden van inkomsten uit prostitutie.
Daarnaast werd bijstand ingetrokken vanaf 1 juli 2009 omdat appellant een gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene. Een nieuwe aanvraag voor bijstand werd afgewezen omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij geen gezamenlijke huishouding voerde.
De Raad oordeelt dat de onderzoeksbevindingen voldoende grond bieden voor het standpunt dat appellant inkomsten uit prostitutie had en dat hij vanaf 1 juli 2009 een gezamenlijke huishouding voerde. De verklaringen van getuigen en betrokkene ondersteunen dit. De Raad bevestigt dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het dagelijks bestuur terecht de bijstand introk en terugvorderde. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit prostitutie en het voeren van een gezamenlijke huishouding.