Uitspraak
[appellante],
Transport & Overslagbedrijf Kraan B.V.,
Kraan,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De verzoeken aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan
5.De beoordeling in hoger beroep
grief 1valt [appellante] de motivering aan waarmee de kantonrechter tot het oordeel kwam dat [appellante] dit aantal vakantiedagen niet had mogen uitbetalen. Daarbij voert [appellante] aan dat zij in opdracht heeft gehandeld van bestuurder [echtgenoot appellante] .
grieven 4 tot en met 6keert [appellante] zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat de bewezen geachte verwijten het gegeven ontslag op staande voet rechtvaardigen.
grief 7betwist [appellante] niet dat het ontslag onverwijld is gegeven, maar verwijt zij Kraan juist onvoldoende onderzoek te hebben verricht voorafgaande aan het ontslag.
grief 8, waarin [appellante] betoogt dat het tegenverzoek van Kraan ten onrechte is toegewezen. Bij gebreke van een nog bestaande arbeidsovereenkomst kon de kantonrechter deze niet meer ontbinden. Het hof zal de beslissing op het tegenverzoek dan ook vernietigen, nu de kantonrechter buiten de grenzen is getreden van zijn bevoegdheid tot ontbinding.