Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2009 en 2010, uit een verbroken relatie van de ouders. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die de GI machtigde tot uithuisplaatsing wegens ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van de kinderen.
De machtiging was niet binnen drie maanden uitgevoerd en daardoor vervallen, maar het hof oordeelt dat de moeder desalniettemin ontvankelijk is in het beroep vanwege haar belang bij toetsing van de rechtmatigheid van de machtiging, mede gelet op artikel 8 EVRM Pro.
Uit het dossier blijkt dat de kinderen sinds hun geboorte ernstige ontwikkelingsproblemen hebben, waaronder ondergewicht en emotionele verwaarlozing. Er bestaat een vechtscheiding tussen de ouders, waarbij de moeder vermoedt dat de vader de kinderen seksueel heeft misbruikt, wat de vader ontkent en spreekt van vaderverstoting.
Het hof stelt vast dat ongeacht de waarheid van de misbruikbeschuldigingen, de ontwikkelingsveiligheid van de kinderen ernstig in het geding was. De uithuisplaatsing was noodzakelijk om de kinderen uit een onveilige situatie te halen en nader onderzoek mogelijk te maken.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank die de machtiging tot uithuisplaatsing heeft verleend.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.