Vlaar Groningen B.V. heeft in 2013, met toestemming van het UWV, 15 werknemers ontslagen wegens een reorganisatie. De werknemers, allen vallend onder de CAO Grafimedia, kregen een outplacementvergoeding. Zij stelden dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de werkgever niet tijdig en volledig met de vakbonden had overlegd en geen passende afvloeiingsregeling had getroffen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende aan de werknemers schadevergoedingen toe. Het hof Arnhem-Leeuwarden vernietigde dit vonnis. Het hof stelde vast dat Vlaar de vakbonden weliswaar niet volledig volgens de CAO had geïnformeerd, maar dat dit niet leidde tot een ander resultaat bij tijdig overleg. Bovendien bood Vlaar aan alle werknemers een outplacementtraject aan en was de onderneming verlieslijdend.
Het hof benadrukte dat ontslag om bedrijfseconomische redenen niet per definitie kennelijk onredelijk is, ook niet als werknemers van middelbare leeftijd werkloos worden. Het enkele feit dat geen afvloeiingsregeling werd getroffen, maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk. De vorderingen van de werknemers werden daarom afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.