Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Eindhoven(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een onderneming in mobiele telefoons, verzocht teruggaaf van €623.841 omzetbelasting over juli 2003. De Inspecteur weigerde dit vanwege vermoedens van btw-fraude in de leveringsketen. De rechtbank Breda kende een gedeeltelijke teruggaaf toe, maar het hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. Na cassatie en verwijzing door de Hoge Raad, onderzocht het hof of belanghebbende wist of had moeten weten dat zij deelnam aan btw-fraude.
Het hof concludeerde dat belanghebbende voldeed aan de wettelijke eisen voor aftrek van voorbelasting, met name door voldoende identificatie en traceerbaarheid van leverancier [E]. Er was geen bewijs dat belanghebbende betrokken was bij fraude of daarvan op de hoogte was. Slordigheden in adresgegevens en factuurnummering waren onvoldoende om fraude aan te nemen. Ook de toepassing van het nultarief op intracommunautaire leveringen aan [G] en [H] werd bevestigd.
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen. Het hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en gelastte teruggaaf van het volledige bedrag. Het griffierecht voor het hoger beroep werd vastgesteld op €428.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van belanghebbende toe en gelast teruggaaf van €623.841 omzetbelasting.