Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Den Haag(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
Schuldbekentenis
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een groothandel in sportartikelen, verstrekte een lening van €110.000 aan [F], een neef van de enig aandeelhouder [D], ter financiering van de overname van een winkelinventaris. De lening werd omgezet van een eerdere schuld van [E] B.V. aan belanghebbende en bevatte een rente van 6% en een aflossingsverplichting van €5.000 per kwartaal. [F] betaalde echter geen rente of aflossingen en werd in 2013 failliet verklaard.
Belanghebbende nam een buitengewone last op ter afwaardering van de lening, maar de Inspecteur weigerde deze aftrek wegens onzakelijkheid van de lening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde het Hof dat de lening onzakelijk was, omdat een onafhankelijke derde onder dezelfde omstandigheden de lening niet zou hebben verstrekt, mede vanwege het ontbreken van zekerheden, slechte financiële situatie van [F], en het feit dat de lening diende om het belang van de aandeelhouder te dienen.
Het Hof verwierp het verweer van belanghebbende dat sprake zou zijn van een bijzondere omstandigheid, zoals een koerswijziging bij [F], die de lening zakelijk zou maken. Ook de heffingsrente werd gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de lening wordt als onzakelijk aangemerkt, waardoor de afwaardering niet ten laste van de winst kan worden gebracht.