Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de wijziging van de partneralimentatie na ontbinding van het huwelijk van partijen in 2009. De rechtbank had de alimentatie met ingang van 1 juni 2015 afgebouwd tot nihil per 1 januari 2017. De vrouw kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat haar behoefte en draagkracht van de man anders moesten worden beoordeeld.
Het hof bevestigt dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden en stelt de behoefte van de vrouw vast op €2.025,27 netto per maand, gebaseerd op haar werkelijke kosten en welstand tijdens het huwelijk. De vrouw heeft een beperkte verdiencapaciteit van €1.000 bruto per maand vanwege haar gezondheidssituatie, zodat haar aanvullende behoefte €2.248 bruto per maand bedraagt.
De man heeft een daling in inkomen door het neerleggen van zijn wethoudersfunctie, maar dit inkomensverlies is niet verwijtbaar of voor herstel vatbaar. Het hof berekent de draagkracht van de man in drie periodes: €1.316 per maand van juni 2015 tot januari 2016, €765 per maand tot januari 2017 en €425 per maand vanaf januari 2017. Een afbouwregeling wordt niet vastgesteld vanwege de leeftijd, gezondheid en werkervaring van de vrouw.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof wijzigt de alimentatieverplichting overeenkomstig deze draagkrachtberekeningen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt aangepast met maandelijkse bedragen van €1.316, €765 en €425 in drie periodes vanaf juni 2015, zonder afbouwregeling.