Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte aanspraak op aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van haar twee kinderen in 2011, terwijl beide kinderen een basisbeurs ontvingen van DUO. De Inspecteur weigerde de aftrek voor de periode dat de kinderen recht hadden op deze beurs. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof overweegt dat de basisbeurs volgens de Wet studiefinanciering 2000 kwalificeert als een prestatiebeurs, waardoor op grond van artikel 6.14 lid 1 onderdeel c Wet IB 2001 aftrek van levensonderhoudskosten wordt uitgesloten. De wetgever heeft bewust beoogd samenloop van studiefinanciering en aftrek te voorkomen.
Belanghebbende voerde aan dat bijzondere omstandigheden en onvoldoende beursbedragen het recht op aftrek rechtvaardigen, maar het hof oordeelt dat het niet bevoegd is om de redelijkheid en billijkheid van de wettelijke regeling te toetsen. Jurisprudentie aangehaald door belanghebbende is niet van toepassing omdat de kinderen wel degelijk recht hadden op een basisbeurs.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de heffingsrente blijft gehandhaafd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief heffingsrente wordt bevestigd.