ECLI:NL:HR:1999:AA4203
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Van Brunschot
- Pos
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitengewone lastenaftrek bij studiefinanciering en rentedragende lening
Belanghebbende kreeg voor 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 46, lid 1, letter a, onder 1°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, in samenhang met de Wet op de studiefinanciering. De vraag was of het recht van het studerende kind op een rentedragende lening, na overschrijding van de maximale studieduur, ook het recht op buitengewone lastenaftrek voor de ouder uitsluit, zoals dat bij een basisbeurs het geval is.
De Hoge Raad stelde vast dat de wetsgeschiedenis duidelijk maakt dat de wetgever met de bepaling heeft beoogd alleen het recht op een basisbeurs als beletsel te zien voor aftrek. Het recht op een rentedragende lening en de OV-jaarkaart, die weliswaar in hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering zijn geregeld, vormen geen beletsel voor aftrek. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen; het recht op een rentedragende lening sluit buitengewone lastenaftrek niet uit.