Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
ontvangervan de
Belastingdienst/Kantoor Oost-Brabant(hierna: de Ontvanger)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loon- en omzetbelasting van [A] BV over de periode september tot en met november 2008. Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad werd het geschil verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.
Het hof stelde vast dat belanghebbende als indirect bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft bestuurd door in de periode juli tot en met november 2008 voorrang te geven aan betaling van concurrente crediteuren en de bank boven de Belastingdienst, waardoor de belastingschulden onbetaald bleven. Dit ondanks dat belanghebbende tijdig betalingsonmacht had gemeld en wist van de verlieslatende situatie en het beëindigen van het belangrijkste contract.
De aansprakelijkheid werd verminderd tot €266.958. Het hof oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet werd geschonden omdat alleen formeel bestuurder aansprakelijk werd gesteld en mede-aandeelhouders later ook aansprakelijk werden gesteld. Ook werd geoordeeld dat de aansprakelijkheid niet in strijd is met Europees recht, aangezien deze alleen geldt bij kennelijk onbehoorlijk bestuur met bewijslast bij de ontvanger.
Het hof veroordeelde de ontvanger in de proceskosten van belanghebbende na verwijzing. De uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Amsterdam, mr. A.J.H. van Suilen en mr. R.A. Wolf op 13 februari 2018.
Uitkomst: Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loon- en omzetbelasting over september tot en met november 2008, met vermindering tot €266.958 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.