ECLI:NL:HR:2011:BL0202
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor omzetbelasting op grond van Invorderingswet en Wet OB
Belanghebbende is bestuurder van een BV die aansprakelijk werd gesteld voor omzetbelasting over 1997, inclusief heffingsrente, boete en invorderingsrente. De naheffingsaanslag was gebaseerd op een levering van een perceel grond waarbij omzetbelasting verschuldigd werd geacht volgens artikel 37 van Pro de Wet OB.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aansprakelijkstelling. Het Hof vernietigde deze uitspraak en stelde de aansprakelijkstelling deels in stand, waarbij het oordeelde dat de omzetbelasting op grond van artikel 37 Wet Pro OB niet onder de aansprakelijkheid van de bestuurder viel zoals bedoeld in artikel 36, lid 7, Invorderingswet.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onjuist heeft geoordeeld en dat de omzetbelasting die verband houdt met de levering wel onder de aansprakelijkheid van de bestuurder kan vallen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte bepaalde stellingen van belanghebbende niet heeft behandeld en verwijst de zaak terug naar het Hof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatiegeding en wijst op de noodzaak van een zorgvuldige beoordeling van de aansprakelijkheid van de bestuurder in het licht van de relevante wetgeving en Europese richtlijnen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling van de aansprakelijkheid van de bestuurder.