ECLI:NL:GHARL:2018:177
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake administratieve sanctie WAHV
De betrokkene maakte bezwaar tegen een administratieve sanctie opgelegd door het CJIB vanwege het verlopen van het keuringsbewijs van een motorrijtuig. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond. De gemachtigde van de betrokkene stelde dat niet alle relevante stukken waren verstrekt en dat de termijn voor het indienen van beroepsgronden onredelijk kort was.
Het hof oordeelde dat het zaakoverzicht wel was verstrekt en dat andere documenten niet verplicht waren volgens artikel 7:18, vierde lid, Awb. Wel stelde het hof vast dat de termijn om de beroepsgronden in te dienen te kort was, omdat het zaakoverzicht pas laat werd toegezonden, waardoor de resterende termijn van tien dagen niet redelijk was. Hierdoor was de gemachtigde niet behoorlijk in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie. Het beroep tegen de administratieve sanctie zelf werd ongegrond verklaard, omdat de sanctie terecht was opgelegd. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de betrokkene.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het hoger beroep gegrond wegens onvoldoende gelegenheid tot herstel van verzuim, maar verklaart het beroep tegen de sanctie zelf ongegrond.