Belanghebbende, eigenaar van twee onroerende zaken, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Steenwijkerland. De heffingsambtenaar had de waarden verminderd en een proceskostenvergoeding toegekend, maar niet voor de taxatiekosten omdat de taxatierapporten niet waren overgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen de weigering van vergoeding van de taxatiekosten ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in. Het hof stelde vast dat het niet doorslaggevend is of de heffingsambtenaar de taxatierapporten heeft ontvangen, maar of de kosten redelijkerwijs zijn gemaakt en redelijk zijn in hoogte.
Het hof oordeelde dat belanghebbende de taxatiekosten redelijkerwijs heeft moeten maken en dat de hoogte van de kosten in overeenstemming is met de richtlijn van de belastingkamers. Ook concludeerde het hof dat de rechtbank de procesorde schond door stukken niet aan belanghebbende te verstrekken, wat in strijd is met hoor en wederhoor.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar over de proceskostenvergoeding, en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van in totaal € 1.806,10 aan proceskosten, inclusief de taxatiekosten en griffierechten.