Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
23 mei 2018
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte in zijn aangifte inkomstenbelasting 2013 aanspraak op aftrek van kosten levensonderhoud voor drie kleinkinderen die sinds 2006 bij hem wonen. Hij ontving tevens pleegzorgvergoedingen voor deze kinderen. De Inspecteur wees de aftrek af omdat de kleinkinderen niet als pleegkinderen konden worden aangemerkt, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep werd betoogd dat de kleinkinderen wel als pleegkinderen moeten worden beschouwd, maar het hof oordeelde dat niet aan de onderhoudseis is voldaan omdat een substantieel deel van de kosten wordt gedekt door pleegzorgvergoedingen. Ook werd overwogen dat de door belanghebbende opgevoerde kosten niet aannemelijk maakten dat hij meer dan het wettelijk vereiste bedrag aan kosten droeg.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De aanslag en de belastingrente blijven ongewijzigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de kleinkinderen niet als pleegkinderen worden aangemerkt en wijst het hoger beroep af.