ECLI:NL:GHAMS:2008:BG2729
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek levensonderhoudskosten voor pleegkind met pleegzorgvergoeding
Belanghebbende ontving voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting met een belastbaar inkomen van €42.270. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde dat hij recht had op persoonsgebonden aftrek voor kosten van levensonderhoud voor een pleegkind, waarvoor hij een pleegzorgvergoeding ontving. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van €41.190.
De inspecteur stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof stelde vast dat de pleegzorgvergoeding een onkostenvergoeding is voor de verzorging en opvoeding van het pleegkind en dat het kind niet als een eigen kind wordt onderhouden, omdat voor een eigen kind normaal gesproken geen vergoeding wordt ontvangen. Hierdoor voldoet het kind niet aan het vereiste van artikel 7, tiende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet dat het pleegkind als eigen kind wordt onderhouden.
Het hof oordeelde dat de kosten van levensonderhoud van het pleegkind niet aftrekbaar zijn, ongeacht of de kosten in belangrijke mate op belanghebbende drukken. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en aftrek van kosten van levensonderhoud voor het pleegkind wordt niet toegestaan.