Belanghebbende, aandeelhouder en bestuurder van een bv, kreeg een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd over 2009. De Inspecteur stelde dat een lening van de bv aan belanghebbende voor de verbouwing van diens eigen woning een uitdeling was, verhoogde het belastbare inkomen en corrigeerde de aftrekbare rente. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de aanslag niet tijdig was vastgesteld.
Het Hof oordeelde dat de aanslag met dagtekening 23 januari 2014 binnen de aanslagtermijn was vastgesteld, ondanks dat een tweede aanslag met latere datum was opgesteld. De Inspecteur mocht niet twee aanslagen opleggen over hetzelfde jaar. Verder werd vastgesteld dat een deel van de lening niet kon worden terugbetaald zonder dividenduitkering, waardoor dit bedrag als uitdeling moest worden aangemerkt. De Inspecteur had aannemelijk gemaakt dat het vermogen van belanghebbende onvoldoende was om de lening volledig af te lossen zonder gebruik te maken van de winstreserves van de bv.
Het Hof verminderde het bedrag van de uitdeling tot € 5.000.000, bruteringscorrectie toegepast, en paste het belastbare inkomen aan. Ook werd de renteaftrek proportioneel verminderd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de aanslag verminderd. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.