Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing in het incident
4.De beslissing
7 augustus 2018voor beraad partijen;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om het hoger beroep tegen een kort gedingvonnis dat [appellant] veroordeelde tot ontruiming van een onroerende zaak die hij zonder recht of titel gebruikt. Zalmplaat, de nieuwe eigenaar, wil de locatie herontwikkelen tot een autowasstraat en heeft daarvoor al vergunningen en financiering geregeld.
[Appellant] vordert schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis omdat ontruiming zijn bedrijfsvoering direct zou beëindigen en hij geen alternatieve bedrijfsruimte op korte termijn kan vinden. Het hof weegt het belang van beide partijen af en constateert dat Zalmplaat voldoende heeft aangetoond dat de herontwikkelingsplannen in een vergevorderd stadium zijn, inclusief een verleende sloopvergunning.
Het hof oordeelt dat het risico dat de voorbereidingen van Zalmplaat tenietgaan zwaarder weegt dan het belang van [appellant] om de locatie te blijven gebruiken, temeer daar [appellant] al sinds 2015 rekening had moeten houden met het zoeken naar andere bedrijfsruimte maar geen inspanningen heeft verricht. Daarom wijst het hof de schorsingsvordering af en veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt afgewezen en appellant wordt veroordeeld in de kosten van het incident.