Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
- Limor in het kader van door de overheid en/of anderszins extern gefinancierde zorg, professionele begeleiding biedt aan cliënten die recht hebben op deze extern gefinancierde zorg.
- deze zorg bestaat uit opvang, onderdak, begeleiding en ondersteuning;
- Limor zich onder meer ten doel stelt hulp te bieden aan personen die minder goed of in het geheel niet in staat zijn zelfstandig te wonen, teneinde de zelfstandigheid of zelfredzaamheid te vergroten,
- cliënt bekend is met de definitie van crisisopvang zoals omschreven in artikel 1 en Pro zich rekent tot de hierboven omschreven groep personen;
- cliënt bovenstaande doelstelling vrijwillig onderschrijft en aanvaardt dat, door deze
partijen verklaren dat he begeleidingsplan in zijn geheel onderdeel uitmaakt van de onderhavige overeenkomst;
- gebruik van een gestoffeerde zit-/slaapkamer of appartement, in de crisisopvang, met een inventaris (…);
- (…)
- Cliënt zal bij beëindiging van deze overeenkomst de ter beschikking gestelde kamer ontruimen en deze in goede staat, schoongemaakt en vrij van enig niet aan Limor toebehorend goed aan Limor ter beschikking te stellen onder afgifte van alle sleutels en met achterlating van alle eigendommen van Limor,
- (…).
- Client draagt het inkomen over aan Limor en zal daarom een machtiging afgeven om het inkomen op de bettreffende cliëntenrekening te laten overmaken en betalingen hierop verrichten.
- (…)
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
mogelijkheidvan schade aannemelijk is. Indien geoordeeld dient te worden dat Limor ten onrechte de overeenkomsten met [geïntimeerden] c.s. met onmiddellijke ingang heeft beëindigd en dus ten onrechte [geïntimeerden] c.s. de woning hebben uitgezet, is Limor tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomsten tussen partijen. De mogelijkheid dat [geïntimeerden] c.s. als gevolg van deze tekortkoming schade heeft geleden, doordat hij met onmiddellijke ingang zijn woning moest verlaten, is aannemelijk. Dit staat los van het antwoord op de vraag of [geïntimeerden] c.s. de door hem gestelde geleden en te lijden schade aannemelijk heeft gemaakt.
6.De beslissing
beidepartijen, van hun advocaten en van de getuigen zal opgeven op de
roldatum 23 oktober 2018, waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;