De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een bedrijfsobject, een kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang, per 1 januari 2015 vast op €777.000 voor het jaar 2016. Belanghebbende, gebruiker maar niet eigenaar, betwistte deze waarde en stelde dat een lagere waarde van €625.000 tot €640.000 passend is, mede vanwege onderbezetting en functionele veroudering.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het Hof onderzocht of de juiste taxatiewijzer was toegepast en of rekening was gehouden met functionele en economische veroudering.
Het Hof oordeelde dat de taxatiewijzer voor overheidsgebouwen wijk-/buurtcentrum passend is en niet die voor onderwijsgebouwen. Verder stelde het Hof vast dat de bewijslast voor economische veroudering bij belanghebbende ligt. Gezien het feit dat de eigenaar het gebouw sinds 2006 verhuurt en geen sprake is van onderbezetting vanuit het perspectief van de eigenaar, is economische veroudering onvoldoende aangetoond.
Het Hof concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.