Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant sub 1] ,
2.
[appellant sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
appellant in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de ontbinding van een pachtovereenkomst centraal na de onteigening van de gepachte gronden in de Hedwigepolder. De pachter exploiteerde een pluimveebedrijf met akkerbouw, maar hield het bedrijf enkele jaren op een laag pitje vanwege persoonlijke en zakelijke omstandigheden. De verpachter vordert ontbinding wegens vermeende tekortkomingen in de bedrijfsmatige exploitatie.
Het hof stelt vast dat het enkele feit dat een agrarische onderneming tijdelijk minder actief is, niet automatisch tekortkoming betekent. De pachter heeft verklaard dat de beperkte exploitatie samenhing met een vechtscheiding, beslagleggingen en een ongeval. Er is geen bewijs van structureel verlies of dat de pachter de pluimveetak alleen vanwege de onteigening weer opstartte.
Wel bestaat twijfel over het feitelijk gebruik van de gepachte gronden, omdat de gronden mogelijk aan derden zijn onderverpacht zonder dat de pachter zelf de teelt voor zijn pluimveetak heeft verzorgd. Ook is het suikerquotum verkocht zonder afrekening met de verpachter. Het hof geeft de pachter de gelegenheid om nadere stukken te overleggen ter onderbouwing van het eigen gebruik en afrekening.
De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en beoordeling van de ontbindingsgrond. De eiswijziging van de verpachter wordt geaccepteerd, waarbij het hof oordeelt dat het belang van de verpachter ook samenhangt met de schadeloosstelling door de Staat na onteigening.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere bewijslevering en beoordeling van de ontbinding van de pachtovereenkomst.