In deze civiele zaak staat het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de kantonrechter waarin het ontslag op staande voet van een beveiliger door Code Beveiliging werd vernietigd. De werkgever stelde dat de beveiliger tijdens zijn nachtdienst op een beveiligde locatie had geslapen, wat een dringende reden voor ontslag zou vormen. De werknemer betwistte het ontslag en de feiten.
Het hof overwoog dat het object niet alleen door de werknemer werd beveiligd, aangezien een collega ook aanwezig was, waardoor de cao-bepaling die het onbeheerd achterlaten van een object als dringende reden noemt, niet van toepassing was. Daarnaast was het bewijs voor herhaald slapen onvoldoende, mede omdat een foto onduidelijk was en de werknemer de aantijgingen betwistte. Gelet op de persoonlijke omstandigheden, zoals de leeftijd van de werknemer, was ontslag op staande voet een te zwaar middel.
Het hof vernietigde de wettelijke verhoging opgelegd aan de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, matigde deze tot 25%, en veroordeelde de werknemer tot terugbetaling van teveel betaalde bedragen. De arbeidsovereenkomst eindigde uiteindelijk op de pensioendatum. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot een correcte eindafrekening met betaling van openstaande vakantiedagen. De overige grieven van de werkgever werden afgewezen.