Belanghebbende, een vennootschap onder firma, gebruikte een woning die eigendom was van twee vennoten zowel privé als zakelijk. De vof had omzetbelasting betaald over het privégebruik van de woning in het vierde kwartaal van 2015. De Inspecteur weigerde teruggaaf, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de woning niet tot het bedrijfsvermogen van de vof behoort, omdat de feitelijke beschikkingsmacht bij de twee vennoten ligt die ook eigenaar zijn. Het hof past de jurisprudentie van het Hof van Justitie toe en concludeert dat de vof ten onrechte de voorbelasting op de bouw van de woning heeft afgetrokken en omzetbelasting heeft voldaan over privégebruik.
Het hof verwerpt de argumenten van de Inspecteur, waaronder de toepassing van het Champignonkwekerij-arrest en het beleid inzake toerekening van voorbelasting. De vof heeft recht op teruggaaf van €6.897 en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van €2.302 en de griffierechten. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.