ECLI:NL:GHARL:2019:1839
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen eiswijziging in schadestaatprocedure inzake wanprestatie en onrechtmatige daad
In deze zaak staat een incident tot bezwaar tegen eiswijziging centraal in een schadestaatprocedure die voortvloeit uit een eerdere hoofdprocedure over wanprestatie en onrechtmatige daad.
De appellanten hadden hun eis gewijzigd door ongerechtvaardigde verrijking als aanvullende grondslag toe te voegen. De geïntimeerde maakte bezwaar omdat volgens haar deze grondslag niet in de schadestaatprocedure kan worden ingebracht, aangezien de schadestaatprocedure slechts ziet op de vaststelling van de omvang van de reeds in de hoofdprocedure vastgestelde verplichting tot schadevergoeding.
Het hof verwijst naar de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1674) en bevestigt dat de grondslag van de schadevergoedingsplicht exclusief in de hoofdprocedure moet worden vastgesteld. Het hof verklaart het bezwaar van de geïntimeerde tegen de eiswijziging deels gegrond en laat de toevoeging van ongerechtvaardigde verrijking buiten beschouwing. De zaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van antwoord en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar tegen de eiswijziging deels gegrond en laat de nieuwe grondslag ongerechtvaardigde verrijking buiten beschouwing.