Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[Geïntimeerde 1] ,
[Geïntimeerde 2] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond een geschil centraal over de vergoeding van kosten voor herstel van een beschadigde vloer en meerwerkfacturen tussen een besloten vennootschap (appellant) en twee geïntimeerden. Het hof bevestigde dat appellant niet slaagde in het bewijs dat de vloerherstelkosten reeds waren geregeld met een extern bedrijf, omdat zij geen getuigen had voorgedragen.
De schade aan de vloer werd door geïntimeerden onderbouwd met een rapport van ZNEB en een factuur van het externe bedrijf. Het hof stelde de herstelkosten op €600,-, omdat de factuur ook kosten voor renovatie van trappen bevatte die niet relevant waren. De grief van appellant hierover faalde deels.
Verder erkenden geïntimeerden een schuld aan appellant van €7.795,63, waartegenover een vordering van €2.358,16 stond die zij op appellant mochten verrekenen. Dit leidde tot een netto betaling van €5.437,47 aan appellant, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 maart 2016.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover de vordering van appellant was afgewezen en deed opnieuw recht, waarbij het overige vonnis werd bekrachtigd. Beide partijen dragen hun eigen kosten vanwege gedeeltelijk gelijk en ongelijk.
Uitkomst: Geïntimeerden worden veroordeeld tot betaling van €5.437,47 aan appellant vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 maart 2016.