Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[Geïntimeerde 1] ,
[Geïntimeerde 2] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat een geschil centraal tussen een besloten vennootschap als rechtsopvolger van een eenmanszaak en opdrachtgevers over een overeenkomst voor schilderwerk aan een woonboerderij. De procedure omvat een hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter waarin vorderingen van de aannemer en de opdrachtgevers deels werden afgewezen en toegewezen.
Het hof oordeelt dat de partijwisseling naar de besloten vennootschap toelaatbaar is en verwierp het ontvankelijkheidsverweer. Het hof bevestigt dat het werk niet als opgeleverd kan worden beschouwd op 12 oktober 2015, omdat de opdrachtgever het werk niet heeft aanvaard en er nog gebreken waren. Ten aanzien van het meer- en minderwerk oordeelt het hof dat een deel van de tweede meerwerkfactuur terecht is, terwijl andere posten onvoldoende zijn onderbouwd.
Verder stelt het hof vast dat het schilderwerk gebreken vertoont die niet van een professionele schilder mogen worden verwacht en kent het een schadevergoeding van € 1.000 toe voor herstel van die gebreken. De schade aan de vloer is nog niet vastgesteld en bewijslevering wordt toegelaten. De beslissing wordt aangehouden in afwachting van nader bewijs over de vloerherstelkosten.
Uitkomst: Het hof wijst een deel van de vordering toe, laat bewijs toe over herstel van de vloer en houdt verdere beslissing aan.