Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd voor de perioden september tot en met december 2011 en voor 2012. Tegen de uitspraken op bezwaar van de Inspecteur werd beroep ingesteld bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarbij de vraag centraal stond of het hogerberoepschrift tijdig ter post was bezorgd. De beroepstermijn bedroeg zes weken vanaf de dag na verzending van de uitspraak van de rechtbank. Het hogerberoepschrift was ontvangen na het verstrijken van deze termijn, maar binnen een week daarna. De bewijslast lag bij belanghebbende om aan te tonen dat het beroepschrift vóór de datum van het poststempel was verzonden.
Belanghebbende stelde dat het beroepschrift op 20 juli 2018 laat in de middag of begin avond was gepost, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het poststempel wees op 24 juli 2018 als verzenddatum. Het Hof oordeelde dat belanghebbende tekort was geschoten in zijn bewijslast en dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk was. Ook was geen sprake van omstandigheden die het verzuim konden verontschuldigen.
Het Hof wees het voorwaardelijk bewijsaanbod af omdat belanghebbende geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om nadere stukken of getuigen aan te dragen. De uitspraak werd op 24 april 2019 in het openbaar gedaan. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.