Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
Inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
Bestemming
€ 34.400
€ 279.175
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kocht in 2009 een woonhuis dat hij vanaf dat moment duurzaam bewoonde. Vanaf 1 mei 2010 bracht hij het pand in zijn onderneming in, waarbij de waardering van het pand zonder rekening te houden met waardedruk duurzame zelfbewoning plaatsvond. De Inspecteur corrigeerde dit later op grond van de foutenleer, wat leidde tot een lagere verliesvaststelling in 2013.
Belanghebbende stelde dat het pand reeds per 31 juli 2009 als ondernemingsvermogen had moeten worden geactiveerd tegen de volle waarde en dat de Inspecteur bij eerdere aanslagregelingen het vertrouwen had gewekt dat de hogere waarde werd gehonoreerd. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat het pand vóór mei 2010 voor ondernemingsdoeleinden werd gebruikt en dat de aangiften en feiten dit niet ondersteunen.
Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen expliciete toezegging was gedaan en belanghebbende de Inspecteur niet volledig had geïnformeerd over de voortgezette zelfbewoning na inbreng. Ook het zorgvuldigheidsbeginsel werd niet geschonden. De Inspecteur mocht de waardering corrigeren op basis van de foutenleer en interne compensatie toepassen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het hof achtte geen gronden voor proceskostenveroordeling aanwezig.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat het pand vanaf 1 mei 2010 met waardedruk duurzame zelfbewoning in de onderneming is ingebracht.