Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
9 juli 2019
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
[Z] (hierna: belanghebbende) en de Inspecteur
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Audi A1 Sportback die in Oostenrijk was toegelaten en vervolgens naar Nederland werd gebracht. Bij transport ontstond schade aan de voorzijde, maar deze schade werd niet veroorzaakt door gebruik als vervoermiddel. Belanghebbende rekende de auto als gebruikt en paste een afschrijving toe, terwijl de Inspecteur de auto als nieuw kwalificeerde en een naheffingsaanslag oplegde.
De rechtbank oordeelde in het voordeel van belanghebbende, maar het hof vernietigt deze uitspraak. Het hof volgt de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat een nieuwe auto een auto is die na vervaardiging nauwelijks is gebruikt. Omdat de transportschade niet het gevolg was van gebruik, is de auto als nieuw aan te merken voor de BPM.
Het hof wijst het beroep van belanghebbende af, bevestigt de naheffingsaanslag en oordeelt dat de BPM-vermindering op grond van artikel 10 Wet Pro BPM niet van toepassing is. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 9 juli 2019.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM is terecht opgelegd omdat de auto als nieuw moet worden aangemerkt.