Belanghebbende deed aangifte BPM voor een in Duitsland geregistreerde personenauto die zij in Nederland wilde registreren. De Inspecteur stelde dat het een nieuwe personenauto betrof, waardoor geen vermindering kon worden toegepast, en legde een naheffingsaanslag op.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de auto als gebruikt moest worden aangemerkt op grond van de Leidraad BPM 2006, omdat er eerder een buitenlands kenteken was afgegeven. De naheffingsaanslag werd vernietigd en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in, stellende dat de auto ondanks de buitenlandse registratie als nieuw moest worden aangemerkt. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de Leidraad BPM 2006 geldt voor nationale toepassing, waarbij een eerdere kentekenafgifte volstaat om een auto als gebruikt te kwalificeren.
Het incidentele beroep van belanghebbende over proceskosten werd gegrond verklaard, waarbij de Staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. Het principale beroep werd ongegrond verklaard en het arrest van het Hof werd vernietigd wat betreft de proceskostenbeslissing.