Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale administratieve processen(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende werd een naheffingsaanslag motorijtuigenbelasting opgelegd over de periode 24 juni 2014 tot 14 september 2016 wegens het feitelijk ter beschikking hebben van een auto met Frans kenteken zonder betaling van belasting. De Inspecteur beperkte na bezwaar de aanslag tot de periode vanaf 26 januari 2016, de datum waarop belanghebbende zijn rijbewijs verkreeg.
De rechtbank had de boete verminderd tot 50% omdat niet was aangetoond dat belanghebbende de auto ook voor 20 mei 2016 gebruikte. Het hof oordeelde dat belanghebbende terecht als houder wordt beschouwd omdat hij de auto feitelijk ter beschikking had op het moment van controle. De ingangsdatum van de naheffing blijft 26 januari 2016 omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de auto hem eerder niet ter beschikking stond.
Het hof verwierp de stelling dat de regeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en bevestigde dat de boete van 100% passend en geboden is. De boete is gebaseerd op een wettelijke fictie en het feit dat belanghebbende niet aannemelijk maakte dat de auto hem slechts incidenteel ter beschikking stond. Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag en de boete van 100% en wijst het incidenteel hoger beroep van belanghebbende af.