Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Limor,
[geïntimeerde1], wonende te [A] ,
Rosenkamp Consultants B.V.in haar hoedanigheid van bewindvoerder van
respectievelijk [geïntimeerde1] , Rosenkamp en [geïntimeerde3] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Stichting LIMOR de begeleidingsovereenkomst met onmiddellijke ingang mocht beëindigen wegens bedreiging van haar medewerkers door geïntimeerde. In een eerder tussenarrest werd LIMOR toegelaten nader bewijs te leveren van de bedreiging die op 4 november 2015 plaatsvond.
Tijdens het getuigenverhoor op 25 januari 2019 verklaarden medewerkers van LIMOR dat geïntimeerde zich dreigend opstelde en medewerkers met woorden als 'we zullen wel zien' bedreigde nadat een verzoek om extra geld was afgewezen. Het hof achtte deze verklaringen voldoende bewijs dat de bedreiging heeft plaatsgevonden.
Op grond van de overeenkomst was LIMOR bevoegd de overeenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen bij dergelijke bedreiging. Het hof oordeelde dat LIMOR terecht geïntimeerde uit de woning heeft gezet en dat er geen sprake is van tekortkoming of onrechtmatig handelen van LIMOR. De vordering van geïntimeerde werd afgewezen en de procedure werd voortgezet tegen de bewindvoerder van geïntimeerde, die tevens werd veroordeeld tot terugbetaling van aan LIMOR betaalde bedragen met wettelijke rente en in de proceskosten.
Uitkomst: De beëindiging van de begeleidingsovereenkomst was terecht en de vordering van geïntimeerde wordt afgewezen.