Uitspraak
[verzoeker] ,
€ 1.100,- +
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker was verdachte in een strafzaak wegens witwassen en valsheid in geschrift, die eindigde met een beleidssepot zonder strafoplegging. Hij vorderde vergoeding van gemaakte kosten en schade, waaronder kosten van rechtsbijstand en voorlopige hechtenis. De rechtbank wees deze verzoeken af, stellende dat geen gronden van billijkheid voor vergoeding aanwezig waren omdat het sepot niet onterecht was.
Verzoeker ging in hoger beroep en betoogde dat het zaaksbegrip beperkt was tot witwassen, niet ook valsheid in geschrift, en dat de rechtbank ten onrechte de verdenking valsheid in geschrift had betrokken. Het hof oordeelde dat het zaaksbegrip wordt bepaald door het strafrechtelijk onderzoek en dat beide verdenkingen deel uitmaakten van het onderzoek.
Het hof stelde vast dat het beleidssepot betrekking had op beide feiten en dat niet onomstotelijk kon worden vastgesteld dat de zaak tot veroordeling had geleid. Daarom waren er wel gronden van billijkheid voor vergoeding. Het hof kende vergoeding toe voor drie dagen voorlopige hechtenis, kosten rechtsbijstand en kosten verzoekschriften, totaal €7.811,71, en wees het meerdere af.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €7.811,71 toe aan verzoeker wegens gemaakte kosten en schade na beleidssepot.