ECLI:NL:GHARL:2019:7066
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- L.M. Croes
- Ch.E. Bethlem
- J.G.J. Rinkes
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof oordeelt over oneerlijke bedingen en onrechtmatig handelen Groeivermogen in effectenleasecontracten
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of bepalingen in effectenleasecontracten van Groeivermogen over tussentijdse beëindiging als oneerlijke bedingen in de zin van Richtlijn 93/13/EEG kunnen worden aangemerkt. Het hof onderzocht zowel boetes bij ontbinding wegens wanprestatie als boetes bij vervroegde aflossing.
Het hof stelde vast dat het belang bij beoordeling van boetes wegens wanprestatie ontbrak, omdat deze vrijwel niet zijn toegepast en geen klachten hebben opgeleverd. De focus lag op de boetes bij vervroegde aflossing, waarbij de contractuele boete 0,25% per maand bedroeg over het restant van de hoofdsom.
De vergelijking met de wettelijke regeling (art. 7A:1576e BW) wees uit dat VCG onvoldoende had onderbouwd dat de contractuele boetes nadeliger waren dan de wettelijke regeling. Het hof concludeerde dat de boeteclausules niet als oneerlijke bedingen konden worden aangemerkt.
Daarnaast verklaarde het hof dat Groeivermogen onrechtmatig handelde door schending van haar bijzondere zorgplicht in bepaalde contracten en door het aannemen van cliënten van een cliëntenremisier zonder vergunning, indien deze als financieel adviseur optrad en Groeivermogen hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.
De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis van de rechtbank Utrecht werd in beperkte mate vernietigd en opnieuw vastgesteld.
Uitkomst: Het hof verklaarde bepaalde contractuele boetes niet oneerlijk en oordeelde dat Groeivermogen onrechtmatig handelde door schending bijzondere zorgplicht en het aannemen van cliënten van een niet-vergunde cliëntenremisier.