ECLI:NL:GHARL:2019:985
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen administratieve sanctie voor niet-verzekerde bromfiets
De betrokkene werd administratief gesanctioneerd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een bromfiets. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene tegen de officier van justitie ongegrond wegens niet-tijdige indiening, maar het hof herzag dit oordeel en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding onjuist.
Het hof oordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend, omdat het voor het einde van de beroepstermijn ter post was bezorgd en binnen een week na afloop werd ontvangen. Vervolgens werd het beroep inhoudelijk behandeld. De betrokkene erkende de overtreding, maar verzocht om matiging van de sanctie omdat de bromfiets niet op de openbare weg was geweest en de overtreding spoedig was beëindigd.
De advocaat-generaal overhandigde een beleidsbrief van de CVOM waaruit bleek dat matiging alleen plaatsvindt bij schorsing van de tenaamstelling en spoedige naleving, wat hier niet het geval was. Het hof stelde vast dat er geen vast beleid bestond om sancties in soortgelijke gevallen te matigen en dat individuele beoordelaars beoordelingsruimte hebben. Het beroep tegen de sanctie werd daarom ongegrond verklaard.
Ten slotte werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene. Het arrest werd uitgesproken door mr. Van Schuijlenburg.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep tegen de kantonrechter niet-ontvankelijk, vernietigt diens beslissing, verklaart het beroep tegen de officier van justitie gegrond, maar wijst het beroep tegen de sanctie ongegrond.