Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaar van de Gemeentebelastingen Amstelland(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, waarop ook de heffingsambtenaar incidenteel hoger beroep instelde. Tijdens de zitting op 13 juli 2020 bereikten partijen een compromis, waarna beide partijen hun hoger beroep mondeling introkken.
Na de intrekking verzocht belanghebbende bij brief van 14 juli 2020 het hof om de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Het hof oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was omdat het niet gelijktijdig met de intrekking van het hoger beroep was gedaan, zoals voorgeschreven in artikel 8:75a Awb.
Het hof benadrukte dat ook de late indiening van het verzoek na de zitting niet tot ontvankelijkheid leidt, ondanks dat belanghebbende pas tijdens de zitting verscheen en later zijn vergissing inzag. Het verzoek werd daarom afgewezen en het onderzoek gesloten. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet gelijktijdig met de intrekking van het hoger beroep is ingediend.