Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 24 oktober 2019;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met producties;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties;
- een akte overlegging producties tevens wijziging van verzoek van mr. Boekhout van 14 april 2020;
- journaalberichten van mr. Boekhout van 29 april 2020 en 18 mei 2020, het laatste met producties, en;
- journaalberichten van mr. Geeraths van 29 april 2020 en 15 mei 2020 met producties.
3.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2005 te [C] , en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2011 te [B] .
4.De omvang van het geschil
- de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw vastgesteld;
- een zorgregeling vastgesteld die inhoudt dat:
- de kinderen één keer in de veertien dagen bij de man verblijven van vrijdagmiddag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur, waarbij het halen en brengen door partijen bij helfte wordt gedeeld en de overdracht plaatsvindt bij [F] [G] of het treinstation [G] , en
- de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld;
- de man veroordeeld om met ingang van 17 september 2019 een bedrag van € 112,- per kind per maand te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- de bestreden beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en
- het meer of anders verzocht afgewezen.
- te bepalen dat de man de kinderen op vrijdag op 19.00 uur bij de vrouw in [B] ophaalt en dat hij ervoor zorg draagt dat zij op zondag om 19.30 uur weer bij de vrouw in [B] terug zijn, en
- de door de man te betalen kinderalimentatie te bepalen op € 148,- per kind per maand, althans een zodanig hoger bedrag dan het door de rechtbank vastgestelde bedrag van € 112,- per kind per maand, als het hof juist acht en met ingang van een door het hof juist geachte datum.
5.De motivering van de beslissing
6.De slotsom
7.Aanhechten draagkrachtberekeningen
8.De beslissing
- met ingang van 1 november 2019 € 58,33 per kind per maand,
- met ingang van 1 januari 2020 € 59,79 per kind per maand, en
- vanaf 11 februari 2020 € 74,66 per kind per maand voor de duur van de schuldhulpverlening,