ECLI:NL:GHARL:2020:7016
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep asbestschade mesothelioom en doorbreking verjaringstermijn afgewezen
In deze civiele procedure stond de aansprakelijkheid van Engie Services Nederland N.V. centraal voor de door asbestblootstelling veroorzaakte mesothelioom bij de erflater, die tussen 1970 en 1976 bij rechtsvoorgangers van Engie werkte. De rechtbank had de vordering afgewezen wegens verjaring, een oordeel dat het hof bevestigde.
Het hof ging uit van de feiten zoals vastgesteld in het vonnis van de rechtbank Utrecht, met enkele correcties in dienstjaren en data. De diagnose mesothelioom werd in 2014 gesteld, waarna de erflater Engie aansprakelijk stelde. De dertigjarige verjaringstermijn was echter al verstreken.
De kern van de beoordeling betrof de vraag of de verjaringstermijn doorbroken kon worden op grond van redelijkheid en billijkheid, mede aan de hand van de door de Hoge Raad geformuleerde gezichtspunten in het Van Hese/De Schelde-arrest. Het hof concludeerde dat ondanks de blootstelling aan asbest en het ernstige verwijt van onvoldoende bescherming, er geen sprake was van zodanige uitzonderlijke omstandigheden om de verjaring te doorbreken.
Het hof overwoog dat de kennis over de gevaren van asbest in de bouwsector pas later bekend werd dan in de primaire asbestindustrie en dat de rechtsvoorgangers van Engie niet ernstig verwijtbaar waren. Bovendien werd het bewijs van blootstelling en aansprakelijkheid bemoeilijkt door het tijdsverloop en het ontbreken van administratie.
Het hoger beroep van de erflater faalde, het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en de erflater werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van de erflater wordt afgewezen wegens verjaring; het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.