Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende ontving een overlijdensuitkering van $100.000 uit een door de werkgever van zijn overleden zus afgesloten reis- en ongevallenverzekering. De Inspecteur kwalificeerde deze uitkering als loon uit vroegere dienstbetrekking en legde een navorderingsaanslag op. De rechtbank vernietigde de bezwaarschriften van de Inspecteur en handhaafde de aanslag zoals ambtshalve verminderd.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de uitkering niet tot het loon behoorde vanwege onvoldoende causaal verband met de dienstbetrekking en dat de vrijstelling van overlijdensuitkeringen per gerechtigde volledig toegepast moest worden. Het hof oordeelde dat het recht op de uitkering voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst en daarmee een aanspraak uit dienstbetrekking is. De uitkering valt onder de loonbelastingvrijstelling voor overlijdensuitkeringen, maar deze vrijstelling geldt slechts eenmaal per dienstbetrekking.
Het hof verwierp het standpunt dat de uitkering geen loon was en dat de vrijstelling per gerechtigde volledig toegepast moest worden. Ook het argument dat de uitkering niet als beloningsvoordeel werd ervaren, faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.