Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2] ,
[geïntimeerde3] ,
[geïntimeerde4] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak oordeelt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat [naam1] en diens rechtsopvolgster appellante hun aandeel in de nalatenschap van erflater hebben verbeurd. Dit betreft een schadevergoedingsvordering van €100.000 en een bedrag van €57.900 dat niet tot het banktegoed van erflater behoorde.
Het hof baseert zich op brieven en verklaringen waaruit blijkt dat [naam1] opzettelijk heeft verzwegen dat hij contant geld had opgenomen van de nalatenschap en dit niet had teruggegeven of gemeld aan de andere erfgenamen. Daarnaast is vastgesteld dat appellante haar aandeel in het bedrag van €57.900 heeft verbeurd door het bestaan hiervan te verzwijgen, ondanks een beëdigde verklaring van de erflaatster.
De rechtbank Overijssel had eerder een vonnis gewezen dat door het hof in incidenteel hoger beroep wordt bekrachtigd. Het hof veroordeelt appellante tot betaling van de proceskosten en rente. De vorderingen van de neven en de nicht worden toegewezen, waarbij het hof het verbeurde aandeel van appellante bevestigt.
Uitkomst: Het hof verklaart verbeuring van aandelen in de nalatenschap en veroordeelt appellante in proceskosten en rente.