ECLI:NL:GHARL:2021:1599
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet-nakoming re-integratieverplichtingen
In deze arbeidszaak stond de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en Van Ekeris Schoonmakers B.V. centraal. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van verzoekster, omdat zij haar re-integratieverplichtingen niet nakwam. Verzoekster ging hiertegen in hoger beroep en vorderde onder meer betaling van de transitievergoeding en een billijke vergoeding.
Het hof oordeelde dat het opzegverbod tijdens ziekte niet in de weg stond aan ontbinding vanwege schending van re-integratieverplichtingen, mits aan de wettelijke voorwaarden was voldaan. Uit het dossier bleek dat verzoekster ondanks passende lichte werkzaamheden en waarschuwingen onvoldoende medewerking had verleend, waardoor loonstop en ontbinding gerechtvaardigd waren.
Hoewel verzoekster stelde dat haar klachten niet serieus werden genomen en zij onvoldoende tijd had gehad om haar gedrag te verbeteren, verwierp het hof deze stellingen. De bedrijfsartsen en het UWV hadden vastgesteld dat het aangeboden werk passend was en verzoekster had onvoldoende initiatief getoond om haar re-integratie te bevorderen.
Het hof achtte het onaanvaardbaar dat verzoekster geheel geen transitievergoeding zou ontvangen gezien haar lange dienstverband en toekenning van een volledige WIA-uitkering. Daarom werd een beperkte transitievergoeding van € 2.000 bruto toegekend. Het hoger beroep werd verder afgewezen en verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten van Van Ekeris.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen en kent een beperkte transitievergoeding van € 2.000 bruto toe.