Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant 1] ,
2.
[appellant 2],
appellanten,
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
[geïntimeerde 4],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft de vordering van een pachter om zijn zoon als medepachter aan te merken op een akkerbouwbedrijf. De zoon heeft geen agrarische opleiding gevolgd en onvoldoende ervaring in de landbouw, wat volgens de pachtkamer en het hof onvoldoende waarborgen biedt voor een behoorlijke bedrijfsvoering.
De pachter en zijn zoon hebben een vennootschap onder firma opgericht en de zoon heeft ervaring in de transportsector en als loonwerker, maar geen agrarische scholing. Ondanks betrokkenheid bij het bedrijf en kennis van mechanisatie, ontbreekt een duidelijke toekomstvisie en inzicht in landbouwkundige ontwikkelingen.
Het hof oordeelt dat de zoon niet voldoet aan de wettelijke eisen voor medepachterschap, bekrachtigt het eerdere vonnis en veroordeelt de appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en bekrachtigt het vonnis dat de zoon niet als medepachter kan worden aangemerkt.