ECLI:NL:GHARL:2021:6682
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoorplicht en bewijs bij snelheidsovertreding met trajectcontrole
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een snelheidsovertreding op de A4 met een trajectsnelheidsmeter. De betrokkene werd gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 12 km/u. De betrokkene stelde dat de hoorplicht was geschonden doordat de officier van justitie ter zitting nieuwe stukken inbracht waarop niet kon worden gereageerd.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte had geoordeeld dat de betrokkene niet in zijn belangen was geschaad door de schending van de hoorplicht. De gemachtigde van de betrokkene was niet verschenen op de zitting waar nieuwe stukken werden ingebracht, waardoor hij niet kon reageren. Dit kwam voor zijn rekening. Daarnaast werd vastgesteld dat de kantonrechter onvoldoende had gemotiveerd waarom de schending van de hoorplicht niet tot vernietiging van de beschikking zou leiden.
Verder werd het bewijs van de snelheidsovertreding beoordeeld. Het hof oordeelde dat de trajectsnelheidsmeter voldeed aan de wettelijke eisen en dat de bebording op het traject conform regelgeving was geplaatst en gecontroleerd. De betwisting van de bevoegdheid van de ambtenaar en de betrouwbaarheid van het meetmiddel faalden. Het hof bevestigde daarom de sanctie van € 91,- voor de snelheidsovertreding en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vernietiging van de beslissing van de officier van justitie wegens schending van de hoorplicht en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.