Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
De beslissing waarvan beroep
€ 117.025,27.
“Er zijn concurrenten in [plaats 2] en [plaats 3] ”concludeert het hof dat allerminst aannemelijk is geworden dat deze aankopen zijn gedaan ten behoeve van de productie van bankbiljetten vallend onder het indicatief EUA0050 C00111. Het hof acht aannemelijk dat deze aankopen zijn gedaan ten behoeve van de productie van bankbiljetten vallend onder het indicatief EUA0050 C00116.
Totale opbrengst:
Kosten:
Gelet op het voorgaande wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel voor [verdachte] geschat op € 117.025,27.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
€ 117.025,27 (honderdzeventienduizend vijfentwintig euro en zevenentwintig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 117.025,27 (honderdzeventienduizend vijfentwintig euro en zevenentwintig cent).