Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
vernietigt de bestreden uitspraak;
Hoge Raad
In deze zaak stond de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) centraal in een casus van medeplegen van hennepteelt. Betrokkene was samen met een ander verantwoordelijk voor een hennepkwekerij in zijn woning. Het hof had het gehele bedrag van € 24.010 aan betrokkene toegerekend, ondanks diens stelling dat hij slechts € 500 had ontvangen.
De Hoge Raad herhaalt de relevante criteria uit eerdere jurisprudentie over toerekening van voordeel bij meerdere daders. Het hof moet bij onduidelijkheid over de omvang van het voordeel per dader alle omstandigheden betrekken, waaronder de rol van de daders en de feitelijke aantreffen van het voordeel. Een pondspondsgewijze toerekening is mogelijk, maar niet verplicht.
Het hof had het alternatieve scenario van betrokkene onvoldoende gemotiveerd weerlegd. Enkel het feit dat betrokkene weigerde meer openheid te geven, was onvoldoende om het gehele bedrag aan hem toe te rekenen. Daarom is het oordeel van het hof onbegrijpelijk en vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De zaak betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel na een veroordeling voor medeplegen van hennepteelt in een woning te Gendringen in de periode september tot november 2014. De Hoge Raad benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij de toerekening van voordeel aan meerdere daders.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.